De woest uitziende slager zegt vrolijk goedemorgen en biedt mij een plakje worst aan. Het kleine jongetje wat zojuist aansluit in de rij achter mij vraagt de beste man ook om een plakje worst. De slager toont robuust zijn eeuwenoude grapje door het plakje worst achter de ruit van de toonbank aan te bieden, waarop het jongetje met een iets te enthousiast motoriek het plakje worst wilt aanpakken en tegen de ruit aanslaat. Een aantal oude dames staat gezellig bij het koffieapparaat te kletsen over kousen enzo. All well so far. Langzamerhand begeef ik mij naar de kassa met een zojuist gescoord half pak wit tijgerbrood en een onsje goudsalami. Degene voor mij vraagt of ik voor wil gaan omdat ik toch maar 2 dingetjes heb. Met een vriendelijk gebaar wijs ik af, daar ik toch geen haast heb. De kassière vraagt aan mij een bonuskaart welke ik niet bij mij heb en vertelt dat de goudsalami in de aanbieding is. Een meneer achteraan de rij sprint naar voren en stelt zijn bonuskaart ter beschikking om mij de korting te gunnen. Met een diepe glimlach zeg ik de mensen om mij heen vaarwel en loop de winkel uit naar mijn auto.
Standje 10 volume, croissant, standje 10 maagzuurstand, start ik de auto. Schuin tegenover mij staat een auto te wachten om op mijn plek te parkeren. Hij toetert om mij duidelijk te maken dat ik snel op moet schieten. Weet je wat, ik doe mijn gordel straks wel om, dan kan hij tenminste snel parkeren. Ik kachel riemloos en rustig door en ruim 100 meter verderop wilt een vrouw oversteken. De dame in kwestie stond weliswaar 2 meter van het zebrapad af, maar ondanks deze enorme verkeersinschattingsfout wilde ik haar toch even laten oversteken. De auto achter mij begint direct te toeteren en maakt een handgebaar of ik even door wil rijden. Weet je wat, ik rijd er wel overheen. Dan kan die meneer achter mij tenminste snel weg van het parkeerdek.
De 2 baansweg waarop ik rijd wordt geritst naar 1 baan. De gaten waar normaliter wel sprake van is bij een file, zijn hier niet aanwezig. Iedereen is druk bezig de afstand tussen hen en hun voorganger zo kort mogelijk te houden. Stel je eens voor, dat we gaan ritsen, dat kan toch niet. Ik ga toch niet een andere auto voor mij laten, waardoor ik 20 seconden later bij de supermarkt aankom. De auto’s op de linkerbaan verdrijven zichzelf tot over het verdrijvingsvlak en met een hoop getoeter, vingers en andere handgebaren lukt het 15 volwassenen uiteindelijk toch om 7 auto’s om en om op 1 weg te krijgen. Een vrachtwagen rijdt linksvoor mij en geeft aan naar recht te willen. Rustig laat ik het gat groter en groter worden. Wie zal het weten, wellicht weet de beste man de weg niet of heeft ie zich vergist. “Kom maar!” sein ik met mijn grote licht. Het bedankje kwam van 2 kanten: De knipperlichten van de vrachtwagenchauffeur werd zowel links als rechts getoucheerd en achter mij een vrouw die graag haar ring wilde laten zien die om haar middelvinger zat.
Ik kwam thuis aan en probeerde te begrijpen waar dit soort uiterste vandaan komen. Wat gebeurt er toch met mensen zodra ze omringd worden door 1000 KG staal. Wie is nou de echte persoon? Degene in de auto of degene achter het winkelkarretje. Schiet mij maar lek…Joost zal het weten.
